Feeds:
Berichten
Reacties

De laatste loodjes

Nog 6 weken ziekenhuis, nog 15 trainingen in de zuster posten, nog 2 renovaties die ik begeleid, nog tig bevallingen, nog 100 keer dezelfde boodschap geven aan verpleegkundigen en dokters die de kantjes er van af lopen. Nog tal van dingen die nooit zullen veranderen ook niet met 10 dokters als ik. Het naderende afscheid begint zwaarder te drukken. Vanochtend was weer zo’n moment.

Ik kom de maternity in. Er staat een man vanuit Lindi. Hij heeft de halve maternity net gereorganiseerd en beklaagt zich over alle papiertjes aan de muur (mijn protocollen), die moeten op het mededelingenbord volgens hem. Huhum, sorry meneer, ik heb hier slechts 2 jaar gewerkt en al deze dingen zo georganiseerd. Ja ik weet het, het ziet er nog steeds chaotisch uit maar wat wil je zonder geld, zonder voldoende ruimte, een tekort aan personeel en een weekend wat net afgelopen is. Wie ben jij dat je zonder overleg zomaar van alles gaat veranderen? Meneer heeft nog meer grootse plannen, context loze ideeën (alsof we miljoenen te besteden hebben zeg maar) die hij wel even met de Medical officer in Charge (MoiC) zal bespreken. Ik zucht en ga aan tafel zitten. De verpleegkundige die braaf “Ahsante” gezegd had en het allemaal had laten gebeuren, dankt me en zegt dat ik hen gered heb. Ik denk, ja, maar wat gebeurt er in maart als er weer een of andere bobo komt op dagen met grootse wel bedoelde ideeën en hij niet het tegenwicht vindt wat vandaag zijn pad kruiste?

Tijdens de wardround vind ik een patiënt met vroegtijdige weeën die de medicatie niet gekregen heeft sinds gisteren, alsof ik op zondag een ronde voor mijn plezier heb gelopen! Zullen dit soort slordigheden ooit minder worden?

Ondertussen gebeurt er van alles de laatste tijd dat wel echt heel leuk is. Het begon met de wisseling van de MoiC. Iemand die leiderschap toont en waar ik goed mee kan samenwerken. Waar ik voor sommige dingen de moed had op gegeven en dus geen emoties meer voelde vond ik mijzelf in een team dat WEL verder wil en beter wil. Al mijn agenda punten van de vorige meeting zijn laatst weer doorgenomen ter follow-up (de bekende software issues als dagelijks ronde doen, goede overdracht, goede assessment van de patiënt en niet hoofdpijn = malaria = ALU medicatie). Ook de renovatie van de OK is in volle gang, er wordt iets met mijn adviezen gedaan zo lijkt het en er liggen plannen om de renovatie ook echt af te maken.
Ik wordt uitgenodigd voor de verschillende management meetings!!! Wow, wat een verschil met vorig jaar. Ik werd vorige week om advies gevraagd voor de budgettering van volgend jaar. “Dr JJ, please come to the meeting we have now, we are waiting for you”. Het heeft 2 jaar geduurd maar nu heb ik echt voet aan de grond. Het leiderschap is ontvankelijk geworden, ziet mijn waarde meer en dat maakt een verschil tussen dag en nacht.

Laatst bracht ik een agenda punt naar voren: wat zou een bibliotheek toch goed zijn voor Ruangwa. Het gebrek raakte me nu! Een gepassioneerde en iets emotionele speech volgde van mij aan het managementteam. “Er is ook niks hier, men heeft niet eens boeken om iets in op te zoeken. In Nederland hebben we zelfs op de kleuterschool een bibliotheekje en hier er niks! De boeken die mijn voorganger had achtergelaten zijn voor de helft uitgeleend en nooit teruggebracht. De leeromgeving is minimaal en men is er aan gewend dat men niks heeft! Hoe kan het ooit veranderen dat een dokter WEL ECHT wil weten wat een patiënt heeft, als hij het niet weet, als hij niets kan opzoeken?” Het was stil, men was geraakt: “Als hij zich al zo voelt om onze situatie, wat voelen wij dan die hier werken en blijven?”. De MoiC pakte de telefoon en begon iedereen te bellen die boeken nog niet terug gebracht had. Het eerste boek werd gelijk terug gebracht en met gejuich ontvangen. Een ruimte is beschikbaar gesteld voor een bibliotheek, een verantwoordelijke is aangesteld. Nieuwe boeken zijn besteld.

De laatste loodjes, ze zijn zwaar maar soms ook super rewarding! Ik ben een van hen geworden en toch sta ik zo ver bij hen vandaan. Ik ga dit spoedig achter laten, maar wat laat ik achter en hoe? De omstandigheden zijn vaak zo jammerlijk. Ik heb heel veel van mijzelf gegeven en dat is iets dat ik in ieder geval achter laat als ik de vele reacties mag geloven: “We gaan je heel erg missen, jij hebt ons zo veel geleerd, jouw voorbeeld was een voorbeeld”!

We gaan dit nog missen!

Er zijn veel dingen die we zeker NIET gaan missen als we straks in Nederland terug zijn. Denk aan ratten en andere enge beesten. Of de lekkages in huis, het gebrek aan water en andere zaken. Of de herrie van geluidsinstallaties die veel te hard aan staan, in de kerk en op feesten. En ik kan nog wel meer dingen verzinnen. Maar regelmatig zeggen we ook tegen elkaar: “we gaan dit nog missen, als we straks weer in Nederland zijn!”
Zo reden we bijvoorbeeld gisteren vanuit Dar es salaam naar huis. Als alles goed loopt (geen enorme file in Dar, geen pech, enz) doen we ongeveer 10 uur over die reis. Halverwege de weg naar het zuiden is echter een heel stuk dirtroad, die in uitermate slechte conditie is. Al jaren zijn ze bezig om daar asfalt te leggen, maar ze vorderen nauwelijks. Dit jaar is er gelukkig 7 km asfalt bijgekomen, maar even verderop is een groot stuk weg weer in onderhoud geraakt en moet je ernaast over het zandpad rijden. Het schiet dus niet op. Je zou zeggen, die slechte wegen gaan we zeker niet missen. Hoe heerlijk moet het zijn om weer over de wegen te zoeven! Dat klopt. En toch, als we daar zo rijden en het slechte stuk naderen, en we angstvallig naar de donkere wolken kijken en dan uiteindelijk tegenliggers zien die helemaal onder de modder zitten, en we dan weten hoe laat het is en ons opmaken voor het avontuur om straks zelf door de modder te ploegen, overvalt het me wel. Dit gaan we nog missen! In Europa is je enige zorg of je niet in een file terechtkomt. Je hoeft daar niet naar de lucht te kijken om de conditie van de weg in te schatten. Je kijkt niet gespannen naar je tegenliggers hoe die eruit zien. Nee, je hebt alleen maar met jezelf te maken en de verkeersberichten op de radio. En de stress om ergens op tijd te komen. Sjonge.
We rijden verder en zitten al snel tot over onze oren in de modder. Onze vriendin Salma vertelt verhalen van vroeger, hoe ze als klein meisje een keer met haar ouders naar het zuiden reed met de bus. Je deed er toen 3 dagen over, als je geluk had en de bus geen pech kreeg. Er was nog geen brug over de grote Rufiji rivier, en je moest dus wachten om met de pont over te steken. Vervolgens was er helemaal geen asfalt, en sommige stukken leken niet eens op een weg, en toch moest je daar doorheen. Ze beschreef hoe je daar naast de weg sliep, of in de bus, en als de bus pech had, kon je meegebrachte eten opraken, en je water, en dan had je een probleem, zeker als je kleine kinderen meehad. Ondertussen komen we op een plek waar een bus en een vrachtwagen bijna dwars op de weg staan en vastgeraakt zijn. Iedereen stapt uit, andere auto’s zoeken een andere weg, en ook wij wagen ons uiteindelijk door de bush en komen er voorbij. Hoewel het allemaal heel vervelend is, geeft de situatie wel een gevoel van saamhorigheid. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje en het is een sport om de beste weg te vinden, dwars door alle enorme plassen en kuilen en bemodderde hellinkjes heen. Jan Jaap zit zwetend en vol adrenaline achter het stuur als op een gegeven moment ook nog de airco het begeeft. Buiten is het bloedheet, voor de meeste mensen niet voor te stellen. Raampjes open dus, en bij de plassen op tijd weer dichtdoen elke keer. Zo zitten we hotsend en klotsend in de auto, terwijl de kleren aan onze lijven plakken en we af en toe onze adem inhouden of we niet vast komen te zitten. Gelukkig, onze auto en Jan Jaap doen het fantastisch, en we bereiken de andere kant.
Andere dingen die we gaan missen zijn: het afrikaanse landschap wat zich vrijelijk uitstrekt en waar wij zomaar doorheen rijden, de apen die we langs de kant van de weg kunnen zien, de geuren van verse knoflook en gember die uit de keuken komen, de papaya’s die we van onze eigen bomen plukken, de annanassen die we langs de weg kopen, 5 voor 1 euro, en de emmer vol met passievruchten voor 2 euro, de nachtgeluiden van de krekels en het gehuil van hyena’s die we af en toe horen, het praten in het swahili (Dawie drukt zich nu makkelijker in het swahili uit dan in het nederlands!), onze lieve vrienden die we hier nu om ons heen hebben.
Veel mensen vragen ons of we er naar uitkijken om terug te gaan naar Nederland. Het antwoord is ‘ja, maar het wordt niet makkelijk om hier afscheid te nemen’.

Zusterpost 2

Dat het onderwijs dat verpleegkundigen hier in hun opleiding krijgen erbarmelijk is wisten jij en ik inmiddels wel al, maar toch sta ik soms echt nog steeds versteld om de dingen die ik tijdens het onderwijs te horen krijg.

Mijn onderwijsstijl is een vragende stijl. Ik vraag en geef hints totdat er iets uit het achterste van het hersenlaadje naar voren komt. Nadeel is dat het onderwijs uren duurt, het voordeel is dat je een heel goed beeld krijgt van het begrip dat de ‘leerling’ heeft vóór je uitleg en, als je het in de herhaling nog een keer doet, of ze werkelijk begrepen hebben wat je hebt proberen uit te leggen. Een paar voorbeelden:

* Een pasgeboren kind kan verschillende kleuren hebben, welke? Nurse: rood of groen. Groen? … (… = enkele minuten later). Rood (goed teken) of blauwig als teken van lage hoeveelheid zuurstof in het bloed.

* Het lichaam heeft twee essentiële organen die het continue moeten blijven doen anders ga je dood. Welke? … , … Longen en hart. Wat deze twee organen doen is volstrekte duisternis. Het duurt vervolgens een half uur om uit te leggen dat het hart bloed circuleert, wat bloed uberhaupt is en wat je doet als je op de borstkas gaat drukken bij een kind dat geen goede hartslag heeft (reanimeren). Nee, het is niet om de longen wakker te maken!

* Hoeveel bloed heeft een mens eigenlijk (belangrijk om te weten om begrip te hebben van hoeveel bloed je als mens kunt verliezen voordat je in de problemen raakt). Een groot vraagteken? 1 liter, 20?

* Wat is een wee? … Nurse: buikpijn. Ja, een wee geeft buikpijn maar waar komt dat door? N: doordat de buik pijn afgeeft. Ja, maar wat geeft die pijn af. … Waar ben je mee bezig als je weeen hebt? Ben je zelf bevallen? N: Ja… Nou dan wat gebeurt er dan dus? … N: Je hebt pijn in je buik. Goh echt? … … N: De baarmoeder is aan het werk. Heel goed, maar wat is dan het eigenlijke werk dat het verzet, wat doet het … Uiteindelijk geef ik zelf het antwoord: Samentrekken (verbaasde blikken).

* Wat is een (kniepees) reflex. Eerst maar de zuster het zelf laten ervaren. Dikke verpleegkundige op een niet heel stevige tafel, beentjes over de rand, gegiebel. Na een tik tegen de kniepees is de reflex zichtbaar, gevolgd door een enorme schaterlach. Wat ze nu voelde was toch wel zo gek, hoe bestaat het!

Wat een voorrecht om in de brugklas dit allemaal met biologie al te leren. Basisinzicht in wat een lichaam is, wat er allemaal in afspeelt. En wat moet het werk als verpleegkundige toch interessant zijn als je dat allemaal niet weet!

Soms leg ik iets tot in detail uit met tekeningetjes of beschrijvende voorbeelden (waarom gaat de druk omhoog als een bloedvat smaller wordt?… 100mensen in een grote kamer met een smalle deur. Brand in de kamer, iedereen naar de smalle deur… Wat voel je als je bij de deur aankomt? De druk neemt toe!). Bijna altijd kom ik later in het onderwijs weer terug bij wat ik eerder geleerd heb, stel weer een vraag om er vervolgens achter te komen dat 70% niet onthouden is of verward wordt met iets anders. Na 3x uitleggen is het dan meestal wel aangekomen.

Onderwijs geven is soms een hele bevalling. Laatst heb ik, in uiterste wanhoop, dé onderwijstechniek voor een Tanzaniaanse verpleegkundige ontdekt. Gewoon zoals de Tanzaniaanse leraar het op school doet. De meester dreunt een zin (wat is een wee), de kinderen brullen het antwoord (het samentrekken van de baarmoeder), wat is een wee … .

Het hier en nu

Na onze vakantie zijn we plotsklaps in ‘de laatste paar maanden’ terechtgekomen. Het echte organiseren begint nu. Hoe verhuizen we onze spullen het beste naar Nederland? Waar gaan we wonen? Huren of kopen? Waar gaat Dawie naar school en hoe kunnen we hem voorbereiden? Welke spullen hier verkopen we en voor welke prijs? Om maar een paar dingen te noemen. Omdat we hier zoveel mee bezig zijn in ons hoofd, zetten we als het ware al voorzichtig een stap in Nederland, terwijl we voor de rest nog helemaal in Tanzania zijn. Ik kan me dat nog herinneren van de tijd vlak voordat we hier naartoe gingen, alleen was het toen andersom. Een hele rare tijd!

Omdat de tijd opeens vliegt en de einddatum met rasse schreden naderbij komt wordt deze gedachte steeds sterker: DIT WAS HET DAN. Dit, waar we ons jarenlang op hebben voorbereid, over gedroomd hebben, hebben we nu beleefd in twee en een half jaar, en dit was het dan. Basta. Het hoofdstuk wordt bijna gesloten, de bladzijde bijna omgedraaid, tijd voor een nieuw hoofdstuk in ons leven.

Gelukkig hebben we nog drie en een halve maand, en die proberen we dus zo bewust mogelijk te beleven. Ja, we gaan bijna weg, maar NU nog niet. NU zijn we hier. Soms lukt me dat, om het moment te pakken. Zoals afgelopen zondag.

 

Wij gaan meestal met z’n allen om een uurtje of tien naar de kerk (we skippen het eerste uur onderwijs), blijven dan met het zingen en de mededelingen, en daarna gaat altijd een van ons met de kinderen weer naar huis. De ander blijft tot het eind. Deze zondag was ik aan de beurt om te blijven. Terwijl Jan Jaap met de kinderen wegrijdt, doet de pastor wat mededelingen en heet ons weer welkom in Ruangwa, na onze lange reis. Hij noemt ons ‘wazungu’ (oftewel blanken, westerlingen), maar verbetert zichzelf dan en zegt dat we geen wazungu meer zijn, maar afrikanen. Met andere woorden, we zijn geen vreemdelingen meer, we zijn één van hen. Aan die woorden denk ik terug als ik na de dienst naar huis loop. Ik laat de omgeving op me inwerken. Hoe vertrouwd zijn nu de zandpaadjes, de hutjes en de huisjes, de geiten en de kippen. Van de mensen die ik passeer groeten de meesten me vriendelijk in het swahili, en ik groet vriendelijk terug. Anderen echter reageren nog steeds verbaasd als ze een blanke zien en staren alleen maar of proberen een groet in het Engels. De kinderen die me zien roepen bijna allemaal ‘mama Dawie!’. Sommigen begroeten me beleefd met ‘shikamoo’ (de groet van respect die je gebruikt bij mensen die ouder zijn dan jij), anderen proberen ook wat Engels (‘what is my name?’) of roepen alleen maar ‘mzungu!!’. Aan de ene kant ben ik hier nu thuis en bekend en hoor ik erbij, aan de andere kant ben ik nog steeds een vreemdeling, en zal dat altijd blijven.

Het is ontzettend warm en de zon brandt genadeloos op me neer. M’n voeten zijn vies van het stof en het rode zand, de kleren plakken aan m’n lijf. Op een rustig tempo loop ik heuvelopwaarts naar ons huis, me voortbewegend door de allesoverheersende hitte. Tot mijn vreugde merk ik een briesje op, maar die brengt alleen maar nog meer warme lucht met zich mee. Alles om me heen, bomen, vogels, hagedissen, houden zich rustig en stil. Zelfs de vlinders lijken loom. En ik denk: ‘hier ben ik, hier loop ik, in Afrika. Daar is ons huis, dit is ons plekje’. En vanuit ons huis hoor ik al een verheugd ‘mamaaaa!’.

 

Helaas zijn deze momenten van overpijnzingen over het hier en nu maar schaars. Vaker voel ik mij alsof ik op een hellend vlak zit. De helling wordt steeds steiler, alles om me heen begint te rollen, onherroepelijk, en ik zet me nog schrap terwijl ik weet dat ook ik moet gaan en dat ik los moet laten.

Mbeya-rondreis

Anderhalve week geleden zijn we teruggekomen van vakantie. We hebben een rondreis door het zuiden van Tanzania gemaakt, en dat was geweldig. Toen we thuiskwamen waren we vol van indrukken, maar ook uitgeput en half ziek, want vermoeiend was het wel. Hieronder een kort verslagje (ik doe m’n best!) per plek die we aangedaan hebben.

Dar es salaam

Dar es salaam is natuurlijk bekend terrein voor ons, maar ditmaal logeerden we bij een nederlands gezin die we de vorige keer hadden leren kennen. Ik heb me nog nooit zo ontspannen in Dar gevoeld! De kinderen speelden heerlijk met hun kinderen, en wij konden lekker praten of een tijdschrift lezen, terwijl Jan Jaap een meeting had van de GIZ. Door dit gezin kregen wij een kijkje in de expatwereld van Dar es salaam. Een wereldje apart!

Udzungwa mountains

Vanuit Dar reden we zes uur landinwaarts, naar de Udzungwa mountains. Onderweg reden we door het mikumi national park en kregen alvast als toegift impala’s, zebra’s en olifanten te zien. De Udzungwa mountains is een gebied waar oorspronkelijk regenwoud is, met oa veel verschillende soorten apen en vogels. Er zijn geen wegen in het park, alleen wandelpaden. Aan de rand van het park verbleven wij, in een prachtige, groene omgeving. De volgende dag maakten we een prachtige wandeling naar een waterval, waar we ook even zwommen (koud!). De dag daarop wandelden we nog naar een andere waterval en toen gingen we weer op weg.

Ruaha national park

Vanuit Udzungwa reden we weer door heel ander landschap, kurkdroog, bergachtig en vol met baobabs. Het was een kunst om alle vrachtwagens te omzeilen die overal met pech op de weg stonden. Tot onze schrik werden we aangehouden door de politie omdat ik veel te hard reed (109, waar je 50 mocht…..). Oeps! Ik wist helemaal niet dat de tanzaniaanse politie op snelheid lette, want bij ons in de omgeving knalt iedereen maar door en geen haan die er naar kraait. Gelukkig kon meneer de agent me vergeven en kwamen we met de schrik vrij. Het laatste stuk van de rit was 2 uur op een dirtroad, en toen kwamen we op de plek van bestemming, even voor de ingang van het park (in het park zelf verblijven is onbetaalbaar). Het kamp had een heel open karakter, met grote safaritenten hoog op palen gezet, waar we vier nachten verbleven. Rondom het kamp waren twee waterplekken gemaakt, waar veel dieren (vooral olifanten) op af kwamen. Zo zat je bijvoorbeeld ‘s ochtends te ontbijten onder de blote hemel, met 150 meter verderop, gelijkvloers, een groepje olifanten die lekker aan het drinken waren. Of vanuit het zwembad, of vanuit je eigen luie stoel op de veranda, kon je genieten van de wilde beesten. Dit was geweldig, want hierdoor hoefde je niet perse het park in om wat te zien. Uiteraard gingen we wel, de volgende middag, een gamedrive maken. We genoten van de prachtige natuur, de dieren, het jachtgevoel, en uiteindelijk de triomf omdat we leeuwen hadden gevonden. Slik, ze waren hier een stukje groter dan die in het selous! De volgende ochtend heel vroeg gingen we nogmaals op weg. We volgden een vers bloedspoor, een pootafdruk, maar nog geen resultaat. Dan maar eerst even ontbijten. We stopten aan de rand van een grote drooggelegen rivier. Terwijl onze gids ons ontbijt klaarzette, klommen we op de rots om over de rivier uit te kunnen kijken. Kijk, daar kwam een groep olifanten aan. Onderaan de rots waar we zaten was een poeltje met water, dus we hielden onze adem in. En ja hoor, de groep olifanten kwam drinken, terwijl wij vlak boven hen zaten! We hoorden hun geslurp, het zuigen van hun slurf, wat een ervaring. Toen ze weer weggingen, gingen wij ontbijten. Terwijl wij ons tegoed deden aan broodjes met lekkere jam en pannekoekjes, keek de gids op en attendeerde ons op het alarmgeluid wat de impala’s maakten. Ze klom op de rots om goed te kunnen kijken en inderdaad, daar kwam een leeuw aangelopen. Uiteindelijk besloot het machtige dier weer de bosjes in te lopen, dus wij klommen in de auto om hem te volgen, terwijl de gids in haar eentje achtebleef (!) om de boel op te ruimen. Na de leeuw even gevolgd te hebben, geloofden we het wel en gingen terug naar onze gids. Terwijl we de boel aan het inladen waren, hoorden we de impala’s weer alarm slaan en de gids zag dat er weer een leeuw aankwam. En nog eentje. En nog eentje. Het werd tijd om allemaal veilig in de auto te gaan zitten en zo zagen we de ene leeuw na de andere voorbij komen, totdat er 11 leeuwen en een kleintje in een rijtje aan het drinken waren uit diezelfde plas, en vervolgens met het grootste gemak op de rots klommen waar wij zoëven nog gezeten hadden en onze ontbijtplek overnamen. Daar lagen ze een beetje te luieren, terwijl wij onze ogen uitkeken. En plotseling sprong er eentje op en ging op een drafje richting de plek waar impala’s en andere dieren stonden. Opeens iedereen gespitst kwamen er nog andere leeuwen achteraan, die simultaan bleven staan, weer verder gingen, en het uiteindelijk weer opgaven. De dieren hadden hun al gezien, het was zinloos om de jacht voort te zetten. Toen onze kinderen het uiteindelijk echt zat waren om naar die leeuwen te blijven kijken, trokken we weer verder, op zoek naar nog meer moois. En zo zag onze gids opeens een cheetah onder een boom liggen, daar waar wij echt niks konden zien. Zelfs toen we ernaartoe reden, zagen we nog niks, totdat we vlakbij kwamen en de pracht van dit beest konden bewonderen. Wat een geluk! De volgende dag was Julie zo moe dat we het haar niet aan konden doen nog eens een gamedrive te maken. Jan Jaap ging dus samen met Dawie, en kwam die avond breed grijnzend thuis omdat ze een jachtluipaard in een boom hadden gezien. Die ochtend daarop was het mijn beurt, maar helaas was de jachtluipaard vertrokken. Al rondrijdend en speurend stuitten we opeens op een plas met water waar een andere jachtluipaard lag te drinken! Het voert te ver om alle indrukken te beschrijven, de geuren, de geluiden, en alle dieren en vogels die we zagen, want dat zijn er heel wat. Duidelijk moge zijn dat dit een onvergetelijke ervaring was en dat we ontzettend van ons verblijf daar hebben genoten!

Kisolanza, vlakbij Iringa

Vanuit het Ruaha besloten we even Iringa in te gaan, om een indruk van die stad te krijgen. Wat een andere stad dan bijvoorbeeld Mtwara! Brede, goed aangelegde wegen, prachtige jacaranda’s, en echt het uiterlijk van een stad. We wilden graag het neema crafts centre zien, waar mensen met een handicap zijn opgeleid om allerlei mooie dingen te maken (zoals sieraden, tassen, enz), die ze verkopen in een winkeltje. Ook hebben ze een gezellig restaurantje waar we lekker koffie dronken. We waren ontzettend onder de indruk van deze plek. Alles zag er fantastisch uit. Wat geweldig als je zoiets op kan zetten! Voor geinteresseerden, hun webadres is www.neemacrafts.com. Toen gingen we naar een grote farm, een stukje buiten Iringa, waar we een paar daagjes namen om uit te rusten. De omgeving was hier weer heel anders. Grote bossen met naaldbomen, en wat een verschil in temperatuur! Plotseling was het fris en regelrecht koud in de avond en nacht. We deden in ons huisje de open haard aan en zaten graag in het warme bad. Verder hebben we daar wat korte wandelingetjes gemaakt en erg genoten van het lekkere eten in het restaurant.

Matema, lake Nyasa

Toen reden we naar Mbeya, en werden voor de zoveelste keer aangehouden door de politie. Deze was echter hardnekkig en bestudeerde onze stickers op de ruit nauwkeurig. “Waar is de brandveiligheidssticker?” vroeg hij, en wij antwoordden dat we daar nog nooit van gehoord hadden, maar dat we wel een brandblusser in de auto hadden. Nee, dat hoefde hij niet te zien. De sticker moest hij zien, en die hadden we niet, dus hadden we een probleem. Zo stonden we dus machteloos een half uur aan de kant van de weg te wachten tot onze bekeuring werd uitgeschreven. Jan Jaap betaalde de agent en zag hoe het geld rechtstreeks naar het borstvakje ging. We kregen wel een bonnetje mee, maar ze hebben meerdere bonnetjesboeken en vals spelen gaat dus erg makkelijk. Niks aan te doen. In Mbeya logeerden we bij een bevriende collega en zijn vrouw en kinderen. Mbeya ligt in een bergachtig gebied, en heeft echt een heel ander klimaat dan waar wij wonen. De grond is erg vruchtbaar en onze vrienden hadden dan ook drie grote avocadobomen in de tuin, rijen aardbeienplantjes, sla, wortels, en allerlei dingen die bij ons niet lukken. Hun tuin leek wel een paradijsje, zo groen en groot en met zoveel mooie bomen, planten en bloemen. Tussen Dawie en hun zoontje Momo klikte het al snel en al gauw klommen die twee gebroederlijk in alle bomen. De volgende dag gingen we met z’n allen naar het Nyasa-meer. De tocht ernaartoe was al schitterend. Hoog in de bergen passeerden we theeplantages en onnoemelijke aantallen bananenbomen. De lucht was fris en het rook heerlijk. Na een glibbertocht door modderige paadjes (het regende) en over gammele bruggetjes arriveerden we in Matema. We hadden een huisje op het strand, links van ons een rij bergen, en voor ons uit strekte het meer zich uit als een zee. Het was een waar zwemparadijs voor de kinderen (en voor ons ook). Hier hebben we een heerlijke paar dagen gehad. Dawie was net als zijn duitse vriendje aan het leren zwemmen en maakte goede vorderingen. De mannen zijn nog naar een waterval gewandeld, wat erg mooi was.

Mbeya

Hierna gingen we weer terug naar Mbeya. Helaas was ik ziek geworden en had de auto een probleempje, en dus konden we niet zoveel ondernemen. Gelukkig vermaakten de kinderen zich prima daar. Op een dag zijn we naar een plek geweest waar een zwembad en wat huisjes zijn, maar wat eigenlijk niet gebruikt wordt. Onze vrienden kenden de eigenaar en hadden geregeld dat we die plek een dag konden gebruiken. Vanuit een warmwaterbron beneden in het dal werd warm water omhoog gepompt naar het zwembad. Zo konden we een hele dag op die verlaten plek in het warme water zwemmen, terwijl buiten beurtelings de zon scheen, en dan plotseling regen en rukwinden losbarstten. Een volgende dag gingen we naar een coffee lodge, waar een zwembad was en tennisbaan waar je gebruik van kon maken. Hier hebben we heerlijk gerelaxed. En hier zwom Dawie voor het eerst helemaal zelf in het diepe van de ene kant naar de andere! Toen het tijd was om weer verder te trekken werd Dawie ziek met hoge koorts, waardoor we iets langer in Mbeya gebleven zijn.

Songea-Tunduru-Ruangwa

Uiteindelijk konden we de weg naar huis aanvaarden. We reden via Njombe (hoog in de bergen) naar het lagergelegen Songea, wat een hele mooie rit was. Daar verbleven we in het gastenverblijf van de benedictijnen. De dag daarop reden we over de eindeloze dirtroad naar Tunduru, waar we vijf uur later aankwamen. Het gebied wat we passeerden is een oversteekplaats van wild tussen het selous en een park in Moçambique, maar helaas hebben we niets gezien. Gelukkig kwamen we op een aangename plek van een duitse missionaris, waar ze zelfs een soort zwembadje hadden, dus de kinderen konden de rit even vergeten. De hitte sloeg ons hier wel weer in het gezicht. Oja, zo was het, we waren het even vergeten. Ik voelde me helaas weer ziek worden, en ook de kinderen hadden verhoging. Het was tijd om weer thuis te zijn! De volgende dag deden we de laatste etappe, gelukkig begon na 150 km het asfalt weer. In Masasi reden we even lang bevriende collega’s om onze kaasschaaf op te halen die we een keer ergens haden laten liggen, en toen reden we naar huis, en kwamen gelukkig veilig aan. We waren moe en bijna allemaal ziek, maar wel voldaan. We kijken terug op een fantastische reis, waarin we heel veel van het land gezien hebben. We zijn blij dat we dit hebben kunnen doen. Check onze foto’s!

Twee vrouwen

Op de dag voor onze vakantie ga ik vanuit de inpakchaos nog even op bezoek bij twee vrouwen. De eerste is Elizabeth, die me zondag in de kerk heeft verteld dat haar man haar verlaten heeft. De tweede is de moeder van het ondervoede kindje (uit mijn andere verhaal).

 

Elizabeth is blij me te zien en verwelkomt me hartelijk in haar huis. Na alle uitgebreide begroetingen (“hoe gaat het? Goed!”) gaan we op de bank zitten in het kleine donkere woonkamertje. Het is even stil. Dan begin ik te vertellen dat ik me zo verdrietig voel over haar bericht, en hoe ze zich nou voelt. Moeizaam volg ik haar verhaal, vraag om verduidelijkingen hier en daar en uiteindelijk begrijp ik het volgende: Haar man heeft haar nooit goed behandeld. Vaak was hij weg voor z’n werk maar stuurde dan geen geld naar huis (Dit wist ik al, aangezien hij ook weigerde om haar engelse lessen bij mij te betalen). Toen hij een periode in Dar es salaam was voor z’n werk heeft ze van andere mensen gehoord dat hij er een andere vrouw op na hield. Ze heeft er nooit wat van gezegd, ook niet tegen de kerk, omdat ze hoopte dat hij zou veranderen. Toen hij een motorongeluk had gehad, heeft ze hem dag en nacht verpleegd en kwam ze zelfs niet naar de engelse les, omdat hij haar nodig zou hebben. Daarna begon hij helaas weer met andere vrouwen, zo hoorde ze van verschillende mensen. Toen ze even van huis was op familiebezoek heeft hij haar opgebeld met de mededeling dat hij een andere vrouw wil trouwen en weer moslim wil zijn (hij was ooit moslim, en had zich bekeerd tot het christendom). Toen ze thuis kwam, zag ze dat hij een levensgrote pornoposter had opgehangen boven het bed. Iets wat ik al redelijk schokkend vind, laat staan als je tanzaniaanse bent! Mensen uit de kerk hebben haar geadviseerd om thuis in Ruangwa te blijven, om een officiele scheiding af te wachten. Het is in Tanzania zo dat als je officieel getrouwd bent, je als vrouw het recht hebt op de helft van de bezittingen, en op 3 jaar steun van je ex-man (wel of geen kinderen). Maar, dan moet hij wel de scheiding aanvragen. Zij moet dus thuis blijven, want anders kan hij hun huis en 2 koeien verkopen, zonder dat zij er iets van zal krijgen. EN zij moet thuis blijven, omdat hij haar anders kan beschuldigen van een buitenechtelijke relatie, iets wat hij nu al aan het rondvertellen is. Zij heeft dus als vrouw wat rechten, maar als het zijn woord tegen het hare is, zullen ze hem geloven. Ze wonen dus nog beiden in hetzelfde huis en slapen in hetzelfde bed, maar zij voelt zich uiteraard verschrikkelijk en is bang voor hem. Ze zegt:”Ik ben drie jaar van mijn leven kwijt. Eerst was ik altijd actief en deed van alles, maar in mijn huwelijk heb ik altijd thuis moeten blijven en ik was niet meer dan een huisbediende. Nee, erger nog, want een huisbediende krijgt altijd nog een salaris.” Ik kijk naar deze vrouw. Haar ogen hebben me altijd vrolijk en vriendelijk toegestraald. Ze is slim ook, ze was mijn beste leerling. Nu is ze berooid van haar status, haar dromen en haar toekomst. Ze is en wordt nog steeds vernederd. Ze is een gevangene in haar eigen huis, omdat ze vastbesloten is haar recht te halen. Wat kan ik tegen haar zeggen? Ik waarschuw haar dat ze op moet passen als hij zo aan het rondslapen is. Dat ze zich moet laten testen op HIV. Ik omhels haar en bid voor haar. Misschien zien we elkaar nooit meer terug. Gelukkig voor haar heeft ze een kerk achter zich staan, en een familie. Haar broer had al aangeboden voor haar te gaan zorgen.

 

Nog verbijsterd door haar verhaal vervolg ik mijn weg om mama H op te zoeken, de moeder van het ondervoede kindje. Ik loop met Salma mee, want die weet de weg. Het is best ver en ik kom hier eigenlijk nooit en trek dus erg veel bekijks. Uiteindelijk zien we haar, zittend op de grond voor haar hutje met haar drie kinderen. Ze zijn pap aan het eten. Het middelste meisje schept met een blaadje de pap in haar mond, blijkbaar hebben ze geen lepels. We begroeten elkaar en gaan erbij zitten. Het groepje nieuwsgierige kinderen blijft staan kijken, ook al sturen we ze weg. Het jongste kindje eet, tot mijn vreugde, en de moeder vertelt dat ze probeert te staan! Dat is goed nieuws. Ik overhandig een tas met oa schoolkleren van Dawie voor haar oudste zoon en schriftjes, en vertel haar dat ik met de juf besproken heb dat haar oudste tot de vakantie in December naar haar preschool kan gaan. Ik kijk om me heen en laat haar leefomgeving tot me doordringen. Ze heeft bijna niks. Salma had me verteld dat ze een keertje met haar meegelopen had. Een nicht van haar was voorbijgekomen en had haar met opgetrokken neus totaal genegeerd. Het leed van deze vrouw is verpletterend. Ze is verstoten door haar familie, weduwe, ziek, alleenstaande moeder van drie kleine kinderen, en ze is totaal afhankelijk van wat andere mensen haar toestoppen. Op ons aanraden is ze nog een paar keer langs het kantoortje van sociaal werk gegaan, maar ze wordt alleen maar uitgescholden. Salma vertelt me dat die instantie nooit iets doet. Ze bestaan al zeven jaar, maar hebben nog maar 1 keer iemand geholpen. Dat weet iedereen. Ze bestaan alleen maar om te bestaan, meer niet.

 

Thuisgekomen ga ik aan tafel zitten om te eten. Ik krijg geen hap door mijn keel. Deze vrouwen zie ik met mijn ogen. Ik zit naast ze, ik praat met ze. Toch staan hun levens zo ver weg van me, begrijp ik niet ECHT, HOE ze leven. Morgen ga ik op vakantie en ik ervaar een mengeling van opluchting (om dit alles even te ontvluchten) en schuldgevoel. Ik adem en huil de zwaarte in m’n hart een beetje weg en eet m’n boterham op. Tijd om de laatste spulletjes in te pakken.

 

Een driedaagse reis naar Nanjilinji is een feit en was weer een belevenis.

 

De dag voor vertrek is toch altijd wat druk. De maternity ward moet voorbereid worden op een aantal dagen zonder dokter, mijn favoriete driver moet ‘vrijgespeeld’ worden en verschillende andere zaken voor vertrek moeten geregeld worden.

Bam hoor ik plotseling. “Er heeft iemand de deur van die auto heel hard dicht geslagen”, hoor ik een patiënt zeggen. Verschillende mensen lopen naar de auto waar ik de volgende dag mee zal vertrekken. De zware plof klonk niet als een deur die dicht geslagen werden, eerder een klapband, en dat blijkt inderdaad het geval te zijn. De ijzerdraad-ring in de hals van de band is gescheurd en heeft een klapband in de reserveband veroorzaakt. 3 uur rijden de bush bush in doe je niet zonder reserveband, zeker niet als je de zeer slechte kwaliteit van de 4 overgebleven banden in ogenschouw neemt (ongeveer geen reliëf en aan de rand soms hopjes rubber helemaal eruit). In Nederland ga je dan naar de garage en een uur later zit er een gloed nieuwe band omheen op kosten van de zaak. Hier niet. Een nieuwe band betekent een proces van 1 tot 2 maanden, aldus mijn driver. De DMO is niet bepaald iemand om over naar huis te schrijven dus ik zal er niet meer over zeggen dan de notitie dat we van hem geen steun hoeven te verwachten.

Die middag laat de driver op eigen kosten een nieuwe derdehands band voor 15euro er om zetten (“ik heb geen keus, of dit of geen werk voor mij de komende maand”) en off we go the next morning.

Na een uur rijden, blijkt de linker voorband erg zacht te zijn. We rijden naar een wat groter dorpje dat we onderweg tegen komen waar een werkplaatsje (een rieten afdakje) is waar autobanden gerepareerd worden (door 1 man terwijl er 6 toekijken). Met uitvergrote fietsband ‘lepels’ wordt de buitenband met moeite van het frame gehaald, waarna ik meteen begrijp waarom die ijzerdraad-ring van de reserveband gescheurd was. Vervolgens wordt het gaatje in de binnenband opgezocht. Met ‘20-minuten lijm’ zit er 45 minuten later een grote plakker (oud stuk auto-binnenband) over het gaatje geplakt. De band wordt opgeblazen om te checken of het gaatje gedicht is. Helaas, er lekt nog iets. De plakker wordt met moeite verwijderd en door een nog grotere plakker vervangen (wederom met dezelfde Tanzaniaanse 2seconden-lijm). Intussen hebben we onder een ander afdakje een bordje rijst met vissoep genuttigd. Net als de band voor de tweede keer wordt opgeblazen komen we terug en aanschouwen een lek naast de plakker (die er eerst toch echt niet zat). Zucht.

De in mijn optiek niet heel betrouwbare ‘plakker-over-plakker techniek’ wordt toegepast, waarna er geen lek meer is. De binnenband wordt weer terug gestopt, de buitenband weer om de velg gelegd. Binnenband zit niet goed, buitenband er weer af, wat geklooi hier en daar, binnenband weer erin, buitenband er weer om, en dan na een totaal van 2 en een half uur wachten in de bloedhitte kunnen we weer verder. Als het donker is geworden komen we in Nanjilinji aan.

Mijn geplande programma (3 uur beginnen met de eerste les) blijkt iets te ambitieus. Je zou toch denken dat me dat na 2 jaar Tanzania niet meer zou overkomen, maar helaas.

Aangezien er geen elektriciteit is, is les geven na zevenen geen optie, dus dan maar naar de guesthouse. Achter een houten ‘stal-deur’ met grendel-slot aan beiden kanten (geen deurklink) wacht een eenvoudig 1.60×1.20m twijfelaartje in een 2×3 meter grote kamer. Dit   wordt voor twee nachten de plek waar ik geacht wordt uit te rusten. Diagonaal in bed zou dat in theorie moeten kunnen lukken, ware het niet dat ik na 2 minuten de planken al door het ‘uitgeleefde’ matras voel en er midden in de nacht diverse mensen door ‘hun staldeur’ met enig kabaal hun eigen twijfelaartjes zoeken en om 4 uur in de ochtend op weg naar het ochtendgebed diezelfde staldeur onder vrolijk gepraat wederom openen en sluiten. 6 uur ‘s ochtends begint het leven in een electriciteitsloze maatschappij en dus kan ik alsnog een uur vroeger dan gepland de draad van mijn iets te ambiteuze plan oppakken.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.