Anderhalve week geleden zijn we teruggekomen van vakantie. We hebben een rondreis door het zuiden van Tanzania gemaakt, en dat was geweldig. Toen we thuiskwamen waren we vol van indrukken, maar ook uitgeput en half ziek, want vermoeiend was het wel. Hieronder een kort verslagje (ik doe m’n best!) per plek die we aangedaan hebben.
Dar es salaam
Dar es salaam is natuurlijk bekend terrein voor ons, maar ditmaal logeerden we bij een nederlands gezin die we de vorige keer hadden leren kennen. Ik heb me nog nooit zo ontspannen in Dar gevoeld! De kinderen speelden heerlijk met hun kinderen, en wij konden lekker praten of een tijdschrift lezen, terwijl Jan Jaap een meeting had van de GIZ. Door dit gezin kregen wij een kijkje in de expatwereld van Dar es salaam. Een wereldje apart!
Udzungwa mountains
Vanuit Dar reden we zes uur landinwaarts, naar de Udzungwa mountains. Onderweg reden we door het mikumi national park en kregen alvast als toegift impala’s, zebra’s en olifanten te zien. De Udzungwa mountains is een gebied waar oorspronkelijk regenwoud is, met oa veel verschillende soorten apen en vogels. Er zijn geen wegen in het park, alleen wandelpaden. Aan de rand van het park verbleven wij, in een prachtige, groene omgeving. De volgende dag maakten we een prachtige wandeling naar een waterval, waar we ook even zwommen (koud!). De dag daarop wandelden we nog naar een andere waterval en toen gingen we weer op weg.
Ruaha national park
Vanuit Udzungwa reden we weer door heel ander landschap, kurkdroog, bergachtig en vol met baobabs. Het was een kunst om alle vrachtwagens te omzeilen die overal met pech op de weg stonden. Tot onze schrik werden we aangehouden door de politie omdat ik veel te hard reed (109, waar je 50 mocht…..). Oeps! Ik wist helemaal niet dat de tanzaniaanse politie op snelheid lette, want bij ons in de omgeving knalt iedereen maar door en geen haan die er naar kraait. Gelukkig kon meneer de agent me vergeven en kwamen we met de schrik vrij. Het laatste stuk van de rit was 2 uur op een dirtroad, en toen kwamen we op de plek van bestemming, even voor de ingang van het park (in het park zelf verblijven is onbetaalbaar). Het kamp had een heel open karakter, met grote safaritenten hoog op palen gezet, waar we vier nachten verbleven. Rondom het kamp waren twee waterplekken gemaakt, waar veel dieren (vooral olifanten) op af kwamen. Zo zat je bijvoorbeeld ‘s ochtends te ontbijten onder de blote hemel, met 150 meter verderop, gelijkvloers, een groepje olifanten die lekker aan het drinken waren. Of vanuit het zwembad, of vanuit je eigen luie stoel op de veranda, kon je genieten van de wilde beesten. Dit was geweldig, want hierdoor hoefde je niet perse het park in om wat te zien. Uiteraard gingen we wel, de volgende middag, een gamedrive maken. We genoten van de prachtige natuur, de dieren, het jachtgevoel, en uiteindelijk de triomf omdat we leeuwen hadden gevonden. Slik, ze waren hier een stukje groter dan die in het selous! De volgende ochtend heel vroeg gingen we nogmaals op weg. We volgden een vers bloedspoor, een pootafdruk, maar nog geen resultaat. Dan maar eerst even ontbijten. We stopten aan de rand van een grote drooggelegen rivier. Terwijl onze gids ons ontbijt klaarzette, klommen we op de rots om over de rivier uit te kunnen kijken. Kijk, daar kwam een groep olifanten aan. Onderaan de rots waar we zaten was een poeltje met water, dus we hielden onze adem in. En ja hoor, de groep olifanten kwam drinken, terwijl wij vlak boven hen zaten! We hoorden hun geslurp, het zuigen van hun slurf, wat een ervaring. Toen ze weer weggingen, gingen wij ontbijten. Terwijl wij ons tegoed deden aan broodjes met lekkere jam en pannekoekjes, keek de gids op en attendeerde ons op het alarmgeluid wat de impala’s maakten. Ze klom op de rots om goed te kunnen kijken en inderdaad, daar kwam een leeuw aangelopen. Uiteindelijk besloot het machtige dier weer de bosjes in te lopen, dus wij klommen in de auto om hem te volgen, terwijl de gids in haar eentje achtebleef (!) om de boel op te ruimen. Na de leeuw even gevolgd te hebben, geloofden we het wel en gingen terug naar onze gids. Terwijl we de boel aan het inladen waren, hoorden we de impala’s weer alarm slaan en de gids zag dat er weer een leeuw aankwam. En nog eentje. En nog eentje. Het werd tijd om allemaal veilig in de auto te gaan zitten en zo zagen we de ene leeuw na de andere voorbij komen, totdat er 11 leeuwen en een kleintje in een rijtje aan het drinken waren uit diezelfde plas, en vervolgens met het grootste gemak op de rots klommen waar wij zoëven nog gezeten hadden en onze ontbijtplek overnamen. Daar lagen ze een beetje te luieren, terwijl wij onze ogen uitkeken. En plotseling sprong er eentje op en ging op een drafje richting de plek waar impala’s en andere dieren stonden. Opeens iedereen gespitst kwamen er nog andere leeuwen achteraan, die simultaan bleven staan, weer verder gingen, en het uiteindelijk weer opgaven. De dieren hadden hun al gezien, het was zinloos om de jacht voort te zetten. Toen onze kinderen het uiteindelijk echt zat waren om naar die leeuwen te blijven kijken, trokken we weer verder, op zoek naar nog meer moois. En zo zag onze gids opeens een cheetah onder een boom liggen, daar waar wij echt niks konden zien. Zelfs toen we ernaartoe reden, zagen we nog niks, totdat we vlakbij kwamen en de pracht van dit beest konden bewonderen. Wat een geluk! De volgende dag was Julie zo moe dat we het haar niet aan konden doen nog eens een gamedrive te maken. Jan Jaap ging dus samen met Dawie, en kwam die avond breed grijnzend thuis omdat ze een jachtluipaard in een boom hadden gezien. Die ochtend daarop was het mijn beurt, maar helaas was de jachtluipaard vertrokken. Al rondrijdend en speurend stuitten we opeens op een plas met water waar een andere jachtluipaard lag te drinken! Het voert te ver om alle indrukken te beschrijven, de geuren, de geluiden, en alle dieren en vogels die we zagen, want dat zijn er heel wat. Duidelijk moge zijn dat dit een onvergetelijke ervaring was en dat we ontzettend van ons verblijf daar hebben genoten!
Kisolanza, vlakbij Iringa
Vanuit het Ruaha besloten we even Iringa in te gaan, om een indruk van die stad te krijgen. Wat een andere stad dan bijvoorbeeld Mtwara! Brede, goed aangelegde wegen, prachtige jacaranda’s, en echt het uiterlijk van een stad. We wilden graag het neema crafts centre zien, waar mensen met een handicap zijn opgeleid om allerlei mooie dingen te maken (zoals sieraden, tassen, enz), die ze verkopen in een winkeltje. Ook hebben ze een gezellig restaurantje waar we lekker koffie dronken. We waren ontzettend onder de indruk van deze plek. Alles zag er fantastisch uit. Wat geweldig als je zoiets op kan zetten! Voor geinteresseerden, hun webadres is www.neemacrafts.com. Toen gingen we naar een grote farm, een stukje buiten Iringa, waar we een paar daagjes namen om uit te rusten. De omgeving was hier weer heel anders. Grote bossen met naaldbomen, en wat een verschil in temperatuur! Plotseling was het fris en regelrecht koud in de avond en nacht. We deden in ons huisje de open haard aan en zaten graag in het warme bad. Verder hebben we daar wat korte wandelingetjes gemaakt en erg genoten van het lekkere eten in het restaurant.
Matema, lake Nyasa
Toen reden we naar Mbeya, en werden voor de zoveelste keer aangehouden door de politie. Deze was echter hardnekkig en bestudeerde onze stickers op de ruit nauwkeurig. “Waar is de brandveiligheidssticker?” vroeg hij, en wij antwoordden dat we daar nog nooit van gehoord hadden, maar dat we wel een brandblusser in de auto hadden. Nee, dat hoefde hij niet te zien. De sticker moest hij zien, en die hadden we niet, dus hadden we een probleem. Zo stonden we dus machteloos een half uur aan de kant van de weg te wachten tot onze bekeuring werd uitgeschreven. Jan Jaap betaalde de agent en zag hoe het geld rechtstreeks naar het borstvakje ging. We kregen wel een bonnetje mee, maar ze hebben meerdere bonnetjesboeken en vals spelen gaat dus erg makkelijk. Niks aan te doen. In Mbeya logeerden we bij een bevriende collega en zijn vrouw en kinderen. Mbeya ligt in een bergachtig gebied, en heeft echt een heel ander klimaat dan waar wij wonen. De grond is erg vruchtbaar en onze vrienden hadden dan ook drie grote avocadobomen in de tuin, rijen aardbeienplantjes, sla, wortels, en allerlei dingen die bij ons niet lukken. Hun tuin leek wel een paradijsje, zo groen en groot en met zoveel mooie bomen, planten en bloemen. Tussen Dawie en hun zoontje Momo klikte het al snel en al gauw klommen die twee gebroederlijk in alle bomen. De volgende dag gingen we met z’n allen naar het Nyasa-meer. De tocht ernaartoe was al schitterend. Hoog in de bergen passeerden we theeplantages en onnoemelijke aantallen bananenbomen. De lucht was fris en het rook heerlijk. Na een glibbertocht door modderige paadjes (het regende) en over gammele bruggetjes arriveerden we in Matema. We hadden een huisje op het strand, links van ons een rij bergen, en voor ons uit strekte het meer zich uit als een zee. Het was een waar zwemparadijs voor de kinderen (en voor ons ook). Hier hebben we een heerlijke paar dagen gehad. Dawie was net als zijn duitse vriendje aan het leren zwemmen en maakte goede vorderingen. De mannen zijn nog naar een waterval gewandeld, wat erg mooi was.
Mbeya
Hierna gingen we weer terug naar Mbeya. Helaas was ik ziek geworden en had de auto een probleempje, en dus konden we niet zoveel ondernemen. Gelukkig vermaakten de kinderen zich prima daar. Op een dag zijn we naar een plek geweest waar een zwembad en wat huisjes zijn, maar wat eigenlijk niet gebruikt wordt. Onze vrienden kenden de eigenaar en hadden geregeld dat we die plek een dag konden gebruiken. Vanuit een warmwaterbron beneden in het dal werd warm water omhoog gepompt naar het zwembad. Zo konden we een hele dag op die verlaten plek in het warme water zwemmen, terwijl buiten beurtelings de zon scheen, en dan plotseling regen en rukwinden losbarstten. Een volgende dag gingen we naar een coffee lodge, waar een zwembad was en tennisbaan waar je gebruik van kon maken. Hier hebben we heerlijk gerelaxed. En hier zwom Dawie voor het eerst helemaal zelf in het diepe van de ene kant naar de andere! Toen het tijd was om weer verder te trekken werd Dawie ziek met hoge koorts, waardoor we iets langer in Mbeya gebleven zijn.
Songea-Tunduru-Ruangwa
Uiteindelijk konden we de weg naar huis aanvaarden. We reden via Njombe (hoog in de bergen) naar het lagergelegen Songea, wat een hele mooie rit was. Daar verbleven we in het gastenverblijf van de benedictijnen. De dag daarop reden we over de eindeloze dirtroad naar Tunduru, waar we vijf uur later aankwamen. Het gebied wat we passeerden is een oversteekplaats van wild tussen het selous en een park in Moçambique, maar helaas hebben we niets gezien. Gelukkig kwamen we op een aangename plek van een duitse missionaris, waar ze zelfs een soort zwembadje hadden, dus de kinderen konden de rit even vergeten. De hitte sloeg ons hier wel weer in het gezicht. Oja, zo was het, we waren het even vergeten. Ik voelde me helaas weer ziek worden, en ook de kinderen hadden verhoging. Het was tijd om weer thuis te zijn! De volgende dag deden we de laatste etappe, gelukkig begon na 150 km het asfalt weer. In Masasi reden we even lang bevriende collega’s om onze kaasschaaf op te halen die we een keer ergens haden laten liggen, en toen reden we naar huis, en kwamen gelukkig veilig aan. We waren moe en bijna allemaal ziek, maar wel voldaan. We kijken terug op een fantastische reis, waarin we heel veel van het land gezien hebben. We zijn blij dat we dit hebben kunnen doen. Check onze foto’s!